‘Ik ben blij dat alles goed met je gaat..’ zegt Bill glimlachend tegen me. ‘Ik ook’ glimlach ik terug terwijl ik mijn best doe mijn tranen in te houden. Een jaar geleden had ik niet kunnen dromen dat mijn leven zo is gelopen, toen wilde ik liever dood dan leven. Maar nu ben ik gelukkig, echt gelukkig… En dat allemaal omdat ik weg was gelopen bij jou en zo mezelf terug vond.
Het regende, zoals gewoonlijk als ik me slecht voelde. Toch moest ik altijd buiten blijven van mezelf, alsof de regen me vertelde alsof ik niet de enige was die zich zo slecht voelde. Ik moest het achter me laten, dat zei jij ook altijd. Maar ik kon het niet, ik kon het niet vergeten. Ook al steunde jij me door dik en dun en ook al hou ik met heel mijn hart van je, ik moest dit alleen doen. De drang om terug te gaan naar waar ik vandaan kwam was groot, maar ik moest hier blijven. In een speeltuintje met een grote boom waar onder een bankje staat. Hier was alle ellende begonnen, het beeld wat ik hier gezien had zou ik jaren later nog steeds in mijn nachtmerries terug vinden. Ik slenterde naar een schommel en ging er op zitten.
Ik wiegde mezelf heen en weer terwijl het nog steeds regende en mijn haar tegen mijn gezicht aan plakte. Toen stond ik op en liep ik richting het klimrek. Ik klom erop en ik ging zitten. Ik leunde naar achteren met mijn gezicht. Ik sloot mijn ogen en richtte mijn gezicht naar de lucht en liet de regendruppels op mijn gezicht vallen terwijl ik het steeds kouder kreeg. Ich muss durch den monsun, hinter die welt. Ans Ende der Zeit, bis kein Regen mehr fällt. Ja, daar ben ik het helemaal mee eens.. Snel opende ik mijn ogen om te zien waar het geluid vandaan kwam. Ik zag niks maar het geluid stopte niet. Gegen den Sturm am Abgrund entlang und wenn ich nicht mehr kann denk ich daran. Toen besefte ik het me, het was mijn mobiel. Irgendwann laufen wir zuzammen, durch den monsun. Ik haalde mijn mobiel uit mijn zak en ik keek op het schermpje ‘Bill belt.’ Meldde het. Ik kreeg een glimlach op mijn gezicht maar ik dwong mezelf om niet op te nemen en even later was het weer stil. Je had opgehangen. “Bel nog een keer..” Ging er door mijn hoofd en ik keek naar boven, hopend dat iemand daar mijn gebed gehoord had. Ich muss durch den monsun, hinter die welt. Ans Ende der Zeit, bis kein Regen mehr fällt. “Ja!” ging er door mijn hoofd heen en ik viel bijna van het klimrek af. Nu nam ik wel op maar ik had niet de moed om wat te zeggen. ‘Evi?’ hoorde ik zachtjes aan de andere kant van de lijn. Ik zei nog steeds niks, dat durfde ik niet.
‘Evi, ik weet dat je daar bent…’ hoorde ik weer zachtjes. Toen kon ik me niet meer inhouden. ‘Bill! Alsjeblieft, kom me halen, ik mis je!’ riep ik wanhopig terwijl de tranen over mijn gezicht stroomde. ‘Evi, rustig maar..’ suste je me. ‘Waar ben je?’ Ik keek om me heen ‘Op dé plek…’ snik ik. ‘In het park dus.’ Zei je resoluut ‘Ik kom eraan, blijf alsjeblieft nu wel waar je bent…’ ‘Dankjewel..’ snik ik ‘En het spijt me.’ Ik voelde gewoon dat je nu glimlachte. ‘Evi het geeft niet…’ ‘Okee…’ zei ik zachtjes ‘Tot zo..’
En toen was het weer stil. Ik klom stijf van het klimrek af en ik ging op het bankje onder de grote boom zitten. “Je bent veel te lief voor me..” dacht ik en ik voelde de warme tranen weer over mijn gezicht lopen. Na vijf nog vijf minuten in de regen gezeten te hebben kwam er een auto aan. Er stapte iemand uit en de deur werd met een geweldige klap dicht gesmeten. Er kwam iemand op me afrennen die ik van twee kilometer afstand nog wel zou herkennen, jij was het. Kon niet missen met dat schattige egeltjes haar. Ik stond langzaam op en je was nu bijna bij mij. ‘Evi…’ zei je terwijl je me omhelsde. ‘Je bent nat…’ zei je terwijl je me iets van je afduwde. ‘Goh…’ zei ik zacht en er kwam een glimlachje op je gezicht. Je drukte me weer tegen je aan en je begon te fluisteren: ‘Evi, je moet weten dat ik van je hou, en ik laat je nooit meer in de steek. Ik ben er altijd voor je.’
Ik was stil en pakte je nog iets steviger vast. ‘Ik weet het Bill, ik hou ook van jou, echt.’ En het was weer stil. ‘Het spijt me..’ zei ik zo zacht dat ik het zelf bijna niet hoorde. ‘Het geeft niet, het is niet jou schuld..’ antwoordde je. ‘Jij kan er niks aan doen dat je moeder vermoord is, je vader is de schuldige, dat weet jij ook wel.’ Ik begon weer te snikken. ‘Ik weet het wel, maar ik krijg dat beeld niet meer uit mijn hoofd. En… En ik denk steeds dat… Misschien als ik er eerder was geweest mijn vader haar niets aangedaan zou hebben…’ je duwde me weer iets van je af. ‘Evi, jij kan er niks aan doen…’ zei je terwijl je me diep in mijn ogen keek. ‘Ik weet het..’ zei ik zacht terwijl ik naar je bleef kijken. ‘Maar ik kan het gewoon niet geloven… Mijn moeder is weg, en ze komt nooit meer terug…’ En mijn schouders begonnen weer te schokken. ‘Ssst, rustig maar Evi.’ En je keek me medelevend aan. ‘Je moeder is niet weg… Ze blijft altijd voortleven, in je hart.’ En je legde je hand op mijn borst.
Door die woorden kwam alles weer goed, en zitten we nu hier. Lekker in het zonnetje ik op jou schoot terwijl jou broer en je vrienden aan het klieren zijn. ‘Ik hou van je.’ Zeg ik en ik draai me om naar je. Je glimlacht naar me ‘Ik hou ook van jou Evi.’ En je komt dichterbij met je gezicht. Ik voel jou lippen op die van mij en ik open mijn mond. “Zo voelt geluk.” Gaat er door mijn hoofd en ik ga nog dichter bij je zitten.
1 Reactie(s)
RSS met reacties TrackBack identificatie URI
Plaats een reactie

mooi verhaal!
echt mooi!
als je wil dat je verhalen vaker gelezen worden, kan je ze posten op dit forum:
http://www.tokiohotelverhalen.forumactief.nl
er zitten verschillende mensen op die zelf verhalen posten, maar ook lezen.
misschien zie ik he nog wel eens verschijnen:D
xx THfan.